#Economische Publicaties

CEE‑insolventies: Schijnbare stabiliteit, verborgen kwetsbaarheden en oplopende risico’s

Hoewel het totale aantal insolventies in Centraal- en Oost-Europa in 2025 grotendeels stabiel bleef, laat het nieuwste CEE Insolventieonderzoek van Coface een veel minder gelijkmatig beeld zien. De verschillen tussen landen en sectoren zijn groot en worden steeds sterker bepaald door uiteenlopende economische omstandigheden.

Belangrijkste conclusies

  • Insolventies blijven stabiel (+0,26%), maar verschillen sterk per land en sector
  • Polen kende de sterkste stijging, met 17,8% meer insolventies,
  • De industrie, de bouw en het transport zien de grootste toename van bedrijfsfaillissementen

Op regionaal niveau steeg het aantal insolventieprocedures in 2025 met slechts 0,26%, van 46.043 in 2024 naar 46.161 in 2025. De inflatie daalde, de rente begon te zakken, de energiemarkten verbeterden en de loondruk nam af, wat enige verlichting gaf voor bedrijven. Toch leidde dit niet tot een gelijk herstel voor bedrijven in de hele regio.

Kopcijfers wijzen op stabilisatie, maar de werkelijkheid is veel complexer.

 

De verschillen tussen landen worden groter en ontwikkelingen rond insolventies worden steeds vaker bepaald door nationale factoren zoals regelgeving, begrotingsbeleid en afhankelijkheid van buitenlandse vraag.

zei Mateusz Dadej, Regionaal Econoom bij Coface.

 

Verschillen per land bepalen het regionale beeld

Op landenniveau ontstonden in 2025 drie duidelijke patronen in de regio. De insolventietrends liepen sterk uiteen in Centraal- en Oost-Europa: sommige landen kenden sterke dalingen, terwijl andere juist forse stijgingen lieten zien.

Polen noteerde de sterkste stijging, met +17,8% meer insolventies. Dit kwam vooral door het vaker gebruik van herstructureringsprocedures, en minder door een plotselinge verslechtering van de economische activiteit. Ook Slovenië (+12,9%), Servië (+9,6%), Tsjechië (+8,7%) en Roemenië (+3,8%) zagen een stijging van het aantal insolventies. Dit werd veroorzaakt door een combinatie van strenger begrotingsbeleid, politieke onzekerheid, zwakke buitenlandse vraag en slechter betaalgedrag.

Daartegenover stonden duidelijke dalingen in Kroatië (-18,6%), Slowakije (-14,5%), Litouwen (-13%), Letland (-7,4%), Hongarije (-6,6%) en Bulgarije (-6,2%). Dit wijst op een geleidelijke normalisering na eerdere pieken die verband hielden met de energiecrisis, wijzigingen in regelgeving en het afbouwen van uitzonderlijke steunmaatregelen uit de pandemieperiode.

Estland (+1,1%) bleef grotendeels stabiel en laat zien dat ogenschijnlijke stabiliteit op nationaal niveau nog steeds kan samengaan met druk in specifieke sectoren.

 

Aanhoudende druk in economische gevoelige sectoren

Kijkend per sector zijn de patronen in de regio gelijkmatiger. De sterkste toename van bedrijfsfaillissementen deed zich voor in de industrie, de bouw en het transport. Deze sectoren zijn extra gevoelig voor financieringsvoorwaarden en schommelingen in buitenlandse vraag.

Hoewel lagere rentes en afnemende inflatie voor enige verlichting zorgden, bleven lage marges en het vertraagde effect van eerdere kostenschokken de liquiditeit onder druk zetten, vooral bij kleinere bedrijven.

 

Vooruitblik op 2026: energie-onzekerheid vergroot de risico’s

Vooruitkijkend is het onwaarschijnlijk dat de huidige stabiliteit blijft bestaan in 2026. Coface verwacht dat de insolventierisico’s in Centraal- en Oost-Europa in 2026 zullen toenemen door een nieuwe energieprijsschok die zowel huishoudens als bedrijven raakt.

Een sterke stijging van olie- en gasprijzen leidt al tot hogere kosten voor bedrijven, lagere marges en moeilijke keuzes: kosten zelf dragen of doorberekenen aan klanten, terwijl de vraag kwetsbaar blijft. Als netto-importeur van energie blijft de regio bijzonder gevoelig voor deze ontwikkelingen.

Maatregelen zoals prijsplafonds voor brandstof of belastingverlagingen kunnen huishoudens op korte termijn helpen, maar zorgen ook voor extra druk op de overheidsfinanciën en mogelijke risico’s voor de energievoorziening. Tegelijkertijd vergroten stijgende insolventies in Duitsland, de belangrijkste handelspartner van de CEE-regio, het risico op negatieve effecten via handel en toeleveringsketens.

Er zijn ook positieve factoren, zoals een snellere opname van EU‑fondsen en mogelijk sterkere buitenlandse vraag later in 2026. Deze zijn echter waarschijnlijk onvoldoende om de gevolgen van energie-onzekerheid en externe risico’s volledig op te vangen.


Nu de economische omstandigheden opnieuw moeilijker worden, moeten bedrijven zich richten op liquiditeitsbeheer, kostenbeheersing en het beheersen van risico’s bij klanten en leveranciers.

 zei Jarosław Jaworski, Regional CEO van Coface Central.

Coface verwacht dat het aantal bedrijfsinsolventies in 2026 zal stijgen in heel Centraal- en Oost-Europa, doordat nieuwe kostendruk, afhankelijkheid van het buitenland en onzeker economisch beleid de veerkracht van bedrijven op de proef stellen.

 

> Download het CEE‑insolventieonderzoek 2026 voor meer informatie

Schrijvers en experts