#Economische Publicaties

Midden-Oosten: een kostenschok, (nog) geen aanbodschok voor China

China is beter uitgerust dan zijn concurrenten om energieschokken op te vangen en weet momenteel verstoringen in de toevoer, gelinkt aan spanningen in het Midden-Oosten, te beperken. Toch zetten stijgende inputkosten, gecombineerd met een vertraging van de wereldwijde vraag, druk op de toch al gespannen winstmarges van bedrijven.

Belangrijkste punten

  • 35% van de oliestroom door de Straat van Hormuz is bestemd voor China
  • +0.5%: eerste jaarlijkse stijging van producentenprijzen in 41 maanden
  • 100+ dagen: equivalent van China’s strategische oliereserves in dagen van netto-import

 

Waarom China de storm beter doorstaat dan zijn Aziatische concurrenten

In tegenstelling tot veel Aziatische landen die sterk afhankelijk zijn van import van koolwaterstoffen, beschikt China over meerdere buffers tegen een langdurige crisis in het Midden-Oosten. De energiemix wordt nog steeds grotendeels gedomineerd door binnenlandse steenkool, terwijl olie en gas samen goed zijn voor 39% van het finale energieverbruik — ruim onder het wereldgemiddelde (62%).

Daarbovenop komen aanzienlijke opslagcapaciteiten: in het geval van tijdelijke verstoringen kunnen de strategische oliereserves bijna 100 dagen netto-import dekken. Daardoor blijven, ondanks het belang van de Straat van Hormuz — waar 35% van de olieleveringen naar China doorheen gaat — de risico’s op onmiddellijke fysieke tekorten beperkt.

 

Producentenprijzen stijgen voor het eerst in drie jaar

Hoewel de bevoorrading doorgaat, nemen de kosten toe. De stijging van energie- en chemische prijzen begint zich te verspreiden doorheen de Chinese economie. In maart stegen de producentenprijzen met 0,5% op jaarbasis, de eerste stijging in meer dan drie jaar. Vooral de petrochemische sector droeg aanzienlijk bij aan de maandelijkse prijsstijging.

Voorlopig worden deze hogere kosten grotendeels opgevangen door de midden- en downstreamsectoren, tegen de achtergrond van een nog steeds fragiele eindvraag. Consumentenprijzen blijven gematigd, ondersteund door brandstofprijsregulering, de groeiende rol van elektrische voertuigen en subsidies voor staatsraffinaderijen.

 

Marges onder druk: kmo’s in de frontlinie

De aanhoudende stijging van inputkosten begint de winstgevendheid van bedrijven aan te tasten. Verschillende sectoren — zoals textiel, chemie en synthetische vezels — verminderen reeds hun productie. Strengere regelgeving en compliancekosten versterken deze druk.

Kmo’s blijken bijzonder kwetsbaar, aangezien ze minder onderhandelingsmacht hebben om kostenstijgingen door te rekenen. Grote conglomeraten daarentegen profiteren van langetermijncontracten, schaalvoordelen en sterkere balansen om de schok op te vangen.

 

Een delicate balans tussen substitutie en wereldwijde vertraging

Paradoxaal genoeg kan de crisis de industriële positie van China versterken ten opzichte van Aziatische concurrenten die gevoeliger zijn voor energieschokken, zoals ASEAN-landen en India. Tegelijk versnelt dit de wereldwijde vraag naar Chinese groene technologieën, met name in elektrische voertuigen, batterijen en zonne-energie.

Het risico ligt echter elders: een langdurig conflict dat leidt tot een aanhoudende stijging van energieprijzen kan de wereldwijde groei aanzienlijk afremmen. Een verdubbeling van de energieprijzen ten opzichte van het niveau vóór de oorlog zou de mondiale groei in 2026 met meer dan 1% kunnen drukken, met gevolgen voor de vraag naar Chinese export.

China slaagt er momenteel in om een grote aanbodschok te vermijden dankzij zijn energiemix en industriële ecosysteem. Maar de aanhoudende kostenstijging creëert een nieuwe kwetsbaarheid: die van de marges, vooral voor de meest blootgestelde bedrijven en degenen die prijsstijgingen het minst kunnen doorrekenen.

Junyu Tan, econoom voor Noord-Azië

Schrijvers en experts