Achter de schijnbare eenvoud van AI schuilt een wereldwijde industriële en geopolitieke strijd. Amerikaans leiderschap, het Chinese offensief, kritieke afhankelijkheden en Europese keuzes: welke geopolitieke trends herdefiniëren het gebruik van data en AI? Inzichten van Aurélien Duthoit, sectoreconoom bij Coface, helpen bedrijfsleiders hun groei veilig te stellen in een tijdperk van ingrijpende technologische veranderingen.
In de technologiesector (en ver daarbuiten) ligt de focus vandaag meer dan ooit op data en artificiële intelligentie: ontwikkelingen in mogelijkheden, toepassingen en de verwachte of reeds bewezen impact op bedrijfsproductiviteit en de arbeidsmarkt. Door de enorme investeringen die ermee gemoeid zijn en het potentieel ervan, wordt artificiële intelligentie (AI) steeds meer een kwestie van economische, industriële en geopolitieke macht. Als echte katalysator voor de versnelling van nieuwe technologieën hertekent geopolitiek de toepassingen van data en AI. Achter een onmiddellijke en bijna ongrijpbare technologie die we doorgaans via een eenvoudig chatvenster gebruiken, gaan in werkelijkheid honderden miljarden dollars aan infrastructuurinvesteringen schuil, steeds complexere financieringsstructuren en waardeketens die sterk geconcentreerd zijn rond een beperkt aantal grote spelers.
AI is niet langer enkel een kwestie van innovatie of productiviteit. Het is uitgegroeid tot een instrument van economische, industriële en geopolitieke macht,
aldus Aurélien Duthoit, sectoreconoom bij Coface.
1 – Is de Amerikaanse hegemonie wel zo solide als ze lijkt?
Na het Amerikaanse bedrijf Nvidia, met de grootste beurswaarde ter wereld (2.000 miljard dollar), hebben ook Anthropic en OpenAI hun beursintroducties voor de komende maanden aangekondigd. Dat is een belangrijke ontwikkeling, aangezien de beursgang van Anthropic unaniem wordt omschreven als de grootste IPO aller tijden!
Dit levert Amerikaanse bedrijven in de sector een bijkomend concurrentievoordeel op, aangezien zij momenteel goed zijn voor 70% van de totale waardering van het wereldwijde financiële AI-ecosysteem. Daar komt nog het Amerikaanse monopolie op infrastructuur (servers, datacenters) bij: 50% van de huidige capaciteit bevindt zich in de Verenigde Staten en 70% van de capaciteit die momenteel wordt gebouwd, wordt eveneens daar gerealiseerd.
Zowel qua financiële waardering als infrastructuur is het Amerikaanse leiderschap bijzonder sterk. En als we naar de investeringsstromen kijken, wijst alles erop dat deze trend alleen maar sterker zal worden.
legt Aurélien Duthoit uit.
Deze leidende positie verhult echter een belangrijke industriële afhankelijkheid: de Verenigde Staten blijven sterk afhankelijk van de invoer van essentiële machines en onderdelen die nodig zijn om deze AI-technologieën aan te drijven. Deze afhankelijkheid is exponentieel toegenomen en is de afgelopen jaren verviervoudigd. De paradox is duidelijk: hoe kan een land een technologie zo sterk domineren en tegelijk afhankelijk blijven van andere landen voor zulke kritieke componenten?
In het hart van deze nieuwe technologische geopolitiek ontstaat dan ook een nieuw paradigma: een land kan waarde, software en kapitaal concentreren zonder alle componenten te controleren die nodig zijn voor de werking ervan. Voor bedrijven maakt deze versnippering de keuze van een technologieleverancier tot een strategische beslissing.
In ruil voor hun hegemonie in de sector zien we een strategische zwakte in de Amerikaanse toeleveringsketens. Hoe dieper we afdalen naar de fysieke laag van deze economie (en niet enkel microchips), hoe duidelijker de kwetsbaarheid van de Verenigde Staten wordt.
De Amerikanen investeren momenteel aanzienlijk om deze afhankelijkheden te verminderen, maar het tempo ligt niet hoog genoeg om de machtsverhoudingen werkelijk opnieuw in balans te brengen.
merkt Aurélien Duthoit op.
2 – Technologieoorlog tussen China en de VS: wie wint echt de strijd van de modellen?
Achttien maanden geleden herinnerde het ‘DeepSeek-moment’ alle spelers in de technologiesector eraan dat concurrentie niet uitsluitend draait om een investeringsrace om het krachtigste taalmodel te ontwikkelen. De echte uitdaging ligt ook in het evenwicht tussen prestaties, kosten en implementatievoorwaarden. Dat geldt des te meer nu China terugslaat en bovendien een andere strategie volgt. Verschillende van zijn modellen zijn ‘open’: ze kunnen buiten de infrastructuur van de ontwikkelaars worden uitgerold, binnen de IT-omgeving die een onderneming zelf kiest, lokaal of bij een Europese hostingprovider. Deze aanpak staat in contrast met gesloten oplossingen waarbij model, dienst en infrastructuur als één geheel worden aangeboden.
Door krachtige en toegankelijkere modellen aan te bieden, proberen Chinese spelers niet noodzakelijk zelf de race te winnen. Ze kunnen er ook voor zorgen dat hun Amerikaanse concurrenten hun technologische voorsprong niet omzetten in een mondiale inkomstenbron en een instrument van invloed.
De huidige vraag is niet langer wie over de beste technologische modellen beschikt, maar wie de beste prijs-kwaliteitverhouding op de markt biedt.
Voor China ligt het geopolitieke belang in het beperken van het vermogen van Amerikaanse spelers om hun technologische voorsprong om te zetten in een wereldwijde inkomstenbron. Tegelijk verkleinen ze de geopolitieke hefboom die de Verenigde Staten tegenover de rest van de wereld zouden kunnen gebruiken.
Aurélien Duthoit.
3 – Europa: niet soeverein, maar ook niet weerloos?
In dit nieuwe geopolitiek-technologische paradigma rijst de vraag welke rol Europa nog kan spelen. De grote digitale markten evolueren richting oligopolies: taalmodellen door netwerkeffecten en cloudoplossingen door schaalvoordelen. Voor elk bedrijf dat AI inzet, is het risico van leveranciersconcentratie dan ook zeer reëel. Op het vlak van componenten en modellen loopt Europa achter, een situatie die rechtstreeks voortvloeit uit bredere structurele zwaktes (regelgeving, integratie, visie) die reeds werden benadrukt in het Draghi-rapport.
Toch staat Europa tegenover de grootmachten China en de Verenigde Staten allerminst machteloos. Het bekleedt sleutelposities in de waardeketen die beter benut kunnen worden:
- ASML voor fotolithografie,
- Zeiss voor optische inspectie,
- Spea voor elektrische tests,
- Siltronic voor siliciumwafers.
Europa kan ook profiteren van de omvang van zijn markt, de op één na grootste ter wereld, wat een echte troef in onderhandelingen kan worden.
Voor Europa, net als voor zijn bedrijven, blijven vier vragen centraal staan:
- Waar ben ik van afhankelijk?
- Hoe kritiek is die afhankelijkheid?
- Welke alternatieven zijn beschikbaar?
- Wat zijn de kosten om van de ene oplossing naar de andere over te stappen?
Eén imperatief blijft overeind: niet achterop raken bij de adoptie van nieuwe technologieën, aangezien de productiviteitswinsten ervan marges en concurrentievermogen kunnen herstellen.




