Nu het NextGenerationEU programma zijn eindfase ingaat, is slechts 58% van de middelen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) effectief uitbetaald. Dat betekent dat bijna 270 miljard euro tegen eind 2026 nog moet worden vrijgemaakt. Deze onderbenutting ondermijnt het groeipotentieel en de structurele doelstellingen van het plan.
EU bbp vooruitzichten : 2025, 1,5% ; 2026, 1,4%
- € 806,9 miljard : totale omvang van NextGenerationEU, waarvan € 650 miljard voor de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit
- 58% : aandeel van de HVF middelen dat op Europees niveau al werd uitbetaald (≈ € 270 miljard moet nog tegen eind 2026 volgen)
- +0,4% per jaar : gemiddelde verwachte bbp groei in de EU tussen 2020 en 2030 volgens de oorspronkelijke ramingen van de Commissie — intussen neerwaarts bijgesteld door vertragingen in de besteding


Databron voor de grafiek in .xlsx formaat (26 KB)
Een ambitieus programma botst met de realiteit van de uitbetalingen
Het NextGenerationEU programma (NGEU) werd in 2021 gelanceerd om de Europese Unie te helpen herstellen van de Covid 19 crisis en om structurele transities te ondersteunen via een ongezien herstelplan van € 806,9 miljard.
De kern ervan, de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit, financiert projecten in zes strategische domeinen, waaronder de groene en digitale transitie.
Begin 2026 was echter nog maar 58% van de middelen uitgekeerd, en een nog kleiner deel effectief besteed. Dat brengt zowel de korte als langetermijngroei van de Europese economie in gevaar.
Meerdere obstakels bij de opname van de middelen
De vertragingen zijn te wijten aan administratieve knelpunten, een beperkte uitvoeringscapaciteit en veranderende politieke contexten.
De oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en de aanhoudende inflatie hebben landen ertoe aangezet hun plannen aan te passen, wat de uitbetalingen verder vertraagde.
Daarnaast zijn de hervormingen die aan de middelen gekoppeld zijn, soms politiek gevoelig. In landen als Spanje en Italië werden ze uitgesteld of heronderhandeld.
Bovendien beschouwen sommige lidstaten EU leningen als minder aantrekkelijk dan financiering via de financiële markten. Zo kondigde Spanje aan af te zien van € 67 miljard van de € 83 miljard aan beschikbare leningen, dankzij zijn verbeterde kredietwaardigheid.
Een gemengde economische impact
Landen zoals Griekenland, Kroatië, Italië en Portugal hebben de beschikbare fondsen relatief efficiënt benut, gezien de voortgang van de uitbetalingen. Toch blijft de totale impact op het Europese bbp onder de verwachtingen.
Volgens ramingen had de economische groei tussen 2020 en 2030 gemiddeld 0,4% per jaar hoger kunnen liggen indien de middelen volledig waren ingezet. Door de tijdsdruk kiezen regeringen nu echter vaker voor snel uitvoerbare projecten, vaak ten koste van hoogwaardige structurele hervormingen.
Achter de ongekende omvang van het Europese herstelplan schuilt één doorslaggevende factor: de uitvoering.
Onderbenutting of inefficiënte toewijzing van middelen — via investerings en hervormingsprojecten — dreigt het vermogen van het plan om groei te stimuleren, zowel op korte als op lange termijn, ernstig te beperken in een al krap budgettair klimaat.
aldus Laurine Pividal, econoom Zuid Europa chez Coface.
Na 2026: gedeeltelijke maar gerichte verlichting
Het wegvallen van NextGenerationEU na 2026 zou deels kunnen worden gecompenseerd door andere instrumenten, waaronder de SAFE leningen in het kader van het programma Readiness 2030 (€ 150 miljard voor 2026 2030), gericht op defensie uitgaven.
De beperkte sectorale focus (defensie industrie) en de minder strikte voorwaarden (35% van de middelen mag naar producten uit derde landen buiten de EU, EER, EVA en Oekraïne) beperken echter het macro economische effect in vergelijking met de bredere en structurele doelstellingen van NextGenerationEU.
> Contacteer onze expert bij u in de buurt en bescherm vandaag nog uw onderneming.

