Recessie in 2024, maar kansen voor 2025
In 2024 volgde Hongarije de recessietrend van 2023, aangedreven door een combinatie van structurele en conjuncturele factoren. De consumptie van huishoudens, die 50% van het bbp uitmaakt, stond onder druk door het verlies aan koopkracht, ondanks een aanzienlijke afname van de inflatie. Na een piek van meer dan 25% begin 2023 is de inflatie aanzienlijk afgenomen als gevolg van een scherpe daling van de voedsel- en energieprijzen. Mede dankzij het effectieve monetaire beleid is de inflatie sinds januari 2024 teruggekeerd naar de bovenste helft van de door de Hongaarse Nationale Bank (HNB) vastgestelde doelbandbreedte van +3% ± 1 – in oktober 2024 bedroeg deze 3,2% – en zal naar verwachting tot eind 2025 op dat niveau blijven. Na een recordhoge rente van 13% eind 2022 begon de HNB in oktober 2023 met een renteverlagingscyclus. In de tweede helft van 2024 werd deze cyclus onderbroken en bleef de rente op 6,5% staan. De monetaire versoepeling zou in 2025 traag kunnen verlopen, aangezien de inflatie in de dienstensector hoog blijft, de arbeidskosten blijven stijgen en de forint terrein blijft verliezen. Hoewel de lonen zijn blijven stijgen als gevolg van de krappe arbeidsmarkt (12,5% j-o-j in oktober 2024), heeft deze stijging de hoge inflatie niet gecompenseerd. Huishoudens blijven voorzichtig en houden hun uitgaven strak in de hand.
Investeringen worden ondertussen belemmerd door recordhoge rentetarieven en onzekerheid over de toegang tot EU-fondsen. Nu 21 miljard euro is geblokkeerd, lopen de groene en digitale transitie van Hongarije vertraging op, terwijl spanningen met de EU over de rechtsstaat het vertrouwen van particuliere investeerders ondermijnen en de druk op de begroting vergroten. De controversiële initiatieven van Viktor Orbán, met name na bezoeken aan Moskou en Peking, hebben de kloof met Brussel vergroot. In de industriële sector (25% van het bbp) zet de neerwaartse trend in de productie zich sinds 2023 voort. Deze daling versnelde in 2024 en bereikte in september een aanzienlijke daling van 7,9%, waarmee voor de vijfde maand op rij een krimp werd genoteerd. De verwerkende industrie, met name de productie van elektrische apparatuur en auto’s, is bijzonder hard getroffen door energie- en handelsbeperkingen als gevolg van Europese sancties tegen Rusland. In 2021 was 95% van het in Hongarije verbruikte gas afkomstig uit Rusland. Eind 2024 blijft de afhankelijkheid hoog, namelijk rond tweederde, waardoor het land kwetsbaar blijft voor geopolitieke onzekerheden en prijsschommelingen. Het contract met Gazprom inzake de gasdoorvoer via Oekraïne loopt af op 1 januari 2025. Ook de investeringen in de bouwsector zijn hierdoor beïnvloed. Na een krimp van 5,6% in 2023 trekt de bouwsector weer aan dankzij monetaire versoepeling, Chinese greenfield-investeringen en kosten die zich in een deflatoire fase bevinden. De arbeidskosten blijven echter hoog.
Bovendien is de structuur van de export, die 80% van het bbp uitmaakt – waarbij de automobielsector iets minder dan een derde van het totaal vertegenwoordigt – sterk geconcentreerd op Duitsland en de rest van de eurozone, waardoor de Hongaarse economie gevoelig is voor een zwakke Europese vraag en verstoringen in de toeleveringsketen. Als reactie op deze uitdagingen richt Hongarije zich op het diversifiëren van zijn economische partners door grootschalige Chinese investeringen aan te trekken. In 2023 was China goed voor bijna driekwart van de buitenlandse investeringen in het land in grote projecten zoals de CATL-batterijfabriek in Debrecen (7,3 miljard euro) en de BYD-fabriek voor elektrische voertuigen in Szeged. Deze initiatieven zouden de economische afhankelijkheid van Europa kunnen verminderen, maar het succes ervan hangt af van de ontwikkeling van geschikte infrastructuur en het waarborgen van gekwalificeerd personeel ter ondersteuning van deze strategische projecten. Gezien de trage groeifactoren als gevolg van de beperkte verbetering van de activiteit bij zijn handelspartners en de onzekerheid over de toegang tot EU-fondsen, zal het economisch herstel van Hongarije in 2025 waarschijnlijk bescheiden blijven en mogelijk pas in de tweede helft van het jaar op gang komen. Duitsland, de belangrijkste handelspartner van Hongarije, lijkt op weg naar een lichte verbetering, met name in de automobielindustrie, waarvoor de Hongaarse handel bijzonder belangrijk is en die goed is voor een kwart van de totale export. Bovendien zou de terugkeer van Donald Trump als president van de VS ook een negatieve invloed kunnen hebben door de invoering van handelstarieven. Omgekeerd zou de instroom van omvangrijke Chinese investeringen deze uitdagingen kunnen compenseren.
Begrotingsconsolidatie zet door
De Covid-19-crisis heeft een einde gemaakt aan acht jaar begrotingsconsolidatie en heeft de overheidsfinanciën opnieuw tot een punt van zorg gemaakt. Hoewel het tekort iets kleiner is dan in 2023, blijft het bijzonder hoog en ligt het boven de door de EU vastgestelde drempel. De verslechtering, die door de pandemie is ingezet en door kostbare steunmaatregelen is verergerd, blijft op het begrotingssaldo druk uitoefenen. Inspanningen om de uitgaven te beheersen worden belemmerd door energiesubsidies, steun aan de economie in recessie en het huidige vooruitzicht op parlementsverkiezingen in 2026. Ondanks enkele initiatieven om de inkomsten te verhogen, zoals tijdelijke belastingen gericht op de energie-, bank-, telecommunicatie- en luchtvaartsector, blijven deze inkomsten onvoldoende om de omvang van de tekorten te compenseren of om een duurzame begrotingsconsolidatie te waarborgen. Het geleidelijke herstel van de binnenlandse consumptie, ondersteund door een beheersbare inflatie en een verbeterde koopkracht, zal naar verwachting de groei van de belastinginkomsten in 2025 stimuleren. Dit momentum zou verder kunnen worden versterkt door een stabilisatie van de industriële productie, met name in strategische sectoren zoals de automobiel- en elektronicasector, die hebben geprofiteerd van recente buitenlandse investeringen. Bovendien zou een beter beheer van de overheidsuitgaven, gericht op het terugdringen van energiesubsidies en een doelgerichtere inzet van middelen, de begrotingsdruk kunnen verlichten. Als deze inspanningen gepaard gaan met de vrijgave van EU-middelen, zou de regering erin kunnen slagen een krachtige begrotingsconsolidatie te realiseren en een duurzaam economisch herstel te bewerkstelligen.
Op extern vlak hebben de waardevermindering van de forint – die de kosten van invoer en de aflossing van de buitenlandse schuld heeft opgedreven – en de matige export van auto’s de lopende rekening onder druk gezet. Deze situatie werd gecompenseerd door lagere kosten voor energie-import. Bovendien kende de toeristische sector in 2024 een krachtig herstel en zorgde deze voor een aanzienlijke stijging van het overschot op de dienstenbalans, dat met 11% toenam ten opzichte van 2023. Deze groei werd grotendeels aangedreven door internationale bezoekers, waarbij Boedapest goed was voor 40% van de toeristische activiteit. De regering ondersteunt deze strategische sector, die 6,2% bijdraagt aan het bbp en werk biedt aan bijna 400.000 mensen, actief. De afhankelijkheid van Hongarije van directe buitenlandse investeringen (DBI), voornamelijk uit Azië, en de hoge buitenlandse schuld die verband houdt met deze DBI’s en de overheid, onderstrepen beide de kwetsbaarheid van de positie van het land. De verbetering van de deviezenreserves biedt enige zekerheid op korte termijn, maar neemt de bezorgdheid over de kwetsbaarheid voor externe schokken niet weg. Bovendien heeft Hongarije het aandeel van de overheidsschuld in vreemde valuta teruggebracht van 50% in 2011 tot 29% in september 2024.
De totale dominantie van Fidesz neemt af
Het politieke toneel wordt nog steeds gekenmerkt door toenemende spanningen, zowel binnenlands als internationaal. De regering van Viktor Orbán, onder leiding van de rechts-populistische en nationaal-conservatieve partij Fidesz-Hongaarse Burgerunie (Fidesz), domineert het politieke landschap sinds 2010, maar haar suprematie wordt steeds meer uitgedaagd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2024 boekte de oppositie, onder leiding van de gematigde centrumrechtse Tisza-partij met Péter Magyar aan het roer, aanzienlijke vooruitgang in de grote steden, maar minder in de plattelandsgebieden. De Tisza-partij profileert zich als een „derde politieke kracht“ die ernaar streeft Hongaren uit een breed spectrum te verenigen en de democratische normen te herstellen.
De betrekkingen tussen Boedapest en Brussel blijven gespannen; Brussel bekritiseert het beleid van Fidesz, met name wat betreft de rechtsstaat, en beperkt de Europese financiering. Het Hongaarse voorzitterschap van de Raad van de EU in de tweede helft van 2024 heeft weinig bijgedragen aan het verlichten van deze spanningen. Het ontbreken van de scheiding der machten, het afgenomen pluralisme in de media en een gebrek aan transparantie bij het beheer van overheidsmiddelen hebben het vertrouwen van investeerders tot op zekere hoogte aangetast. Op regionaal vlak blijven ongelijkheden een aanzienlijke uitdaging vormen. Terwijl Boedapest en andere grote steden profiteren van economische robuustheid, kampen plattelandsgebieden met hoge werkloosheid, toenemende ongelijkheden en beperkte toegang tot middelen. Ondanks deze ontberingen blijven plattelandsgemeenschappen Fidesz steunen vanwege de nadruk die de partij legt op traditionele waarden, haar dominantie in de lokale media en gerichte beleidsmaatregelen zoals gezinsuitkeringen en openbare werkprogramma’s. Deze strategieën versterken de loyaliteit en sluiten aan bij culturele prioriteiten, zelfs in tijden van economische tegenspoed.
In 2025 staat Hongarije voor aanzienlijke politieke uitdagingen om zijn economie en internationale imago te verbeteren. De huidige aanpak van de regering, gericht op strategische allianties met China en Rusland, kan de betrekkingen met haar Europese tegenhangers belemmeren. Ondertussen zou de opkomst van een beter gestructureerde oppositie het politieke landschap op middellange termijn kunnen hervormen en een geloofwaardig alternatief kunnen bieden voor de dominantie van Fidesz. De volgende parlementsverkiezingen staan gepland voor april 2026.

Duitsland
Roemenië
Polen
Italië
Slowakije
China
Oostenrijk
Tsjechië