Matige groei tegen de achtergrond van veranderende consumptie- en investeringstrends
De economische groei zal naar verwachting in 2025 afvlakken, alvorens in 2026 weer licht aan te trekken, maar zal rond het historische gemiddelde blijven. De particuliere consumptie zal opnieuw de belangrijkste motor zijn, ondersteund door stijgende reële lonen, lage werkloosheid en het naar voren halen van consumptie in de aanloop naar de invoering van de euro. Verwacht wordt dat een geleidelijke monetaire versoepeling de bestedingscapaciteit van huishoudens zal vergroten door de kosten voor schuldaflossing te verlichten. De consumptiegroei zal echter minder robuust zijn dan in 2024, deels als gevolg van het hogere prijsniveau na het aflopen van inflatiestabiliserende maatregelen, waaronder verlaagde btw-tarieven en elektriciteitssubsidies voor het bedrijfsleven. De netto-uitvoer zal naar verwachting in 2025 verslechteren, maar kan zich in 2026 geleidelijk herstellen, aangedreven door een verwachte opleving van de Duitse economie.
De politieke instabiliteit in Bulgarije, die wordt gekenmerkt door kortstondige coalitieregeringen, heeft de hervormingen vertraagd die nodig zijn om toegang te krijgen tot het volledige bedrag van 5,5 miljard euro uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (RRF) van de EU. Deze hervormingen zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de instellingen en het aanpakken van tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden. De vertraging bij de uitvoering van deze veranderingen heeft geleid tot een verlies van ongeveer 600 miljoen euro aan subsidies, waarbij de verwachte resterende instroom nu wordt geschat op 3-3,5 miljard euro (d.w.z. 2,9-3,4% van het bbp). Na politieke stabilisatie wordt de hervatting van de besteding van EU-middelen verwacht in 2025-2026, wat de overheidsinvesteringen een impuls zou moeten geven. De vertraging van 15 maanden bij de hervormingen zal het land echter blootstellen aan verdere bezuinigingen, tenzij de regering de hervormingen versnelt of een verlenging weet te verkrijgen na de deadline van augustus 2026. Wat de particuliere sector betreft, zullen de investeringen naar verwachting toenemen als gevolg van de monetaire versoepeling en een stabieler politiek klimaat, mits die stabiliteit aanhoudt.
De inflatie steeg begin 2025 als gevolg van het herstel van de standaard btw-tarieven en aanpassingen van de administratieve prijzen. Naar verwachting zal de inflatie in 2026 dalen naarmate deze tijdelijke effecten afnemen. De opwaartse druk op de inflatie zal echter aanhouden door stijgende reële lonen tegen de achtergrond van een krappe arbeidsmarkt. Bovendien kan de overgang naar de euro begin 2026 leiden tot bescheiden prijsstijgingen, aangezien herwaarderingen van prijzen tijdens het omzettingsproces opwaartse aanpassingen kunnen veroorzaken, die hetzij door economische factoren, hetzij door afrondingseffecten worden gedreven. Deze stijgingen zullen waarschijnlijk sterker merkbaar zijn in sectoren zoals het toerisme en de detailhandel, waar menukosten en afrondingspraktijken een aanzienlijke invloed kunnen hebben.
De voordelen van de euro en het Schengengebied voor Bulgarije worden tenietgedaan door de druk van de handelsoorlog
Het begrotingsbeleid zal stimulerend blijven, zij het niet in buitensporige mate. De begroting voor 2025 is zo opgesteld dat deze voldoet aan de convergentiecriteria voor de invoering van de euro, waarbij het tekort onder de 3% van het bbp moet blijven. Het aflopen van btw-verlagingen en verhoogde accijnzen op tabak zullen naar verwachting de belastinginkomsten versterken. Aan de uitgavenzijde zal het beleid de consumptie blijven ondersteunen door middel van hogere lonen in de publieke sector en hogere sociale uitgaven. Deze begrotingsaanpassingen zullen het overheidstekort naar verwachting licht verminderen ten opzichte van 2024, waardoor het op een gematigd niveau blijft. De relatief lage kosten voor de schuldendienst van Bulgarije zullen worden versterkt door de invoering van de euro, aangezien deze de financieringskosten naar verwachting verder zal verlagen. Een eerste teken van een toegenomen vertrouwen bij beleggers is de recente verhoging van de kredietrating van Bulgarije door enkele van de belangrijkste ratingbureaus.
De integratie van Bulgarije in de Europese economie zal naar verwachting aanhoudende positieve effecten hebben op de internationale handel van het land. Verwacht wordt dat de toetreding tot het Schengengebied begin 2025 de logistieke kosten voor de handel zal verlagen en belemmeringen zal wegnemen voor de expansie van Bulgaarse transportbedrijven op Europese markten, een sector waarin Oost-Europese bedrijven doorgaans een dominant marktaandeel hebben vanwege het concurrentievoordeel van lagere arbeidskosten. Hoewel de voordelen van de invoering van de euro – die volgens de planning op 1 januari 2026 van kracht wordt – enigszins beperkt zijn vanwege de bestaande koppeling van de Bulgaarse lev aan de euro, zal toetreding tot de eurozone de kosten voor valutaconversie elimineren, wat de internationale handel verder zal ondersteunen, met name in de toeristische sector. Deze integratievoordelen zullen de conjuncturele factoren die de buitenlandse vraag in 2025 drukken, echter niet volledig compenseren. De economische groei in Duitsland, een belangrijke handelspartner, zal dit jaar naar verwachting stagneren, terwijl de groei van de Roemeense economie achter zal blijven bij het potentieel. Hoewel Bulgarije in vergelijking met andere Oost-Europese economieën relatief minder afhankelijk is van de vraag vanuit de VS, zal de handelsoorlog waarschijnlijk uitdagingen voor de buitenlandse vraag met zich meebrengen, met indirecte effecten via derde landen, met name Duitsland. Tegelijkertijd zal de invoer stijgen als gevolg van importintensieve verhogingen van de defensie-uitgaven, die mogelijk zijn gemaakt door een uitzonderingsclausule die dergelijke uitgaven uitsluit van het Stabiliteits- en Groeipact. Al met al zullen deze factoren naar verwachting het handelstekort van Bulgarije in 2025 vergroten, waarna in 2026 een verbetering wordt verwacht.
Politieke instabiliteit en institutionele uitdagingen te midden van de overgang van de eurozone
In 2025 blijft het politieke landschap van Bulgarije turbulent en wordt het gedomineerd door een langdurige crisis die sinds 2021 al zeven parlementsverkiezingen heeft gekend, met een dreigend risico op een achtste vervroegde verkiezing. Ook de verkiezingen van oktober 2024 leverden geen duidelijke meerderheid en dus geen stabiele regering op, wat wijst op een diepe versnippering en apathie onder de kiezers. De centrumrechtse GERB-partij, onder leiding van Boyko Borisov, behaalde de meeste zetels (69/240) maar kwam ruimschoots tekort voor een meerderheid, terwijl de reformistische PP-DB-coalitie en de ultranationalistische Revival achterbleven in het zetelenaantal. Op 16 januari 2025 werd Rosen Zhelyazkov van de GERB-partij tot premier gekozen en leidt hij een minderheidsregering met de BSP (centrumlinks) en ITN (populistisch, sociaal-conservatief), met de steun van de liberale APS-partij, een factie die is voortgekomen uit het uiteenvallen van de DPS-partij. De coalitie is echter kwetsbaar, bestaat uit ideologisch uiteenlopende partijen en staat voor uitdagingen bij het aanpakken van structurele problemen zoals corruptie en justitiële hervormingen. Dit werd al snel geïllustreerd door het vertrek in april 2025 van de APS, die ontevreden was over de steun die de DPS-NN, de andere factie van de DPS, aan de regering betuigde. De leider van DPS-NN, Delyan Peevski, die door de VS en het VK werd gesanctioneerd wegens vermeende stemkoop en verkiezingsfraude, is onmisbaar geworden voor de coalitie. De situatie heeft het vertrouwen in de instellingen verder ondermijnd: slechts 10% van de Bulgaren gelooft dat de verkiezingen in het land eerlijk verlopen. De invloed van president Rumen Radev, hoewel ingeperkt door de grondwetshervormingen van 2023, blijft aanzienlijk, met name via interim-regeringen.
De toetreding van Bulgarije tot de eurozone, die gepland staat voor 1 januari 2026, vormt een cruciale mijlpaal in de integratie van het land in het Europese economische kader. Dit doel fungeert als een verbindende kracht voor de regeringscoalitie en dient om af en toe steun te verwerven van andere pro-Europese politieke partijen, zoals PP-DB, die pleiten voor een verdere afstemming op de EU. De invoering van de euro stuit echter op aanzienlijke publieke weerstand, aangewakkerd door zorgen over mogelijke prijsmanipulatie, de uitholling van de monetaire autonomie en vertragingen bij de uitvoering van door de EU opgelegde hervormingen. De groeiende invloed van nationalistische partijen, waaronder Revival en MECH, gevoed door wijdverbreide ontgoocheling over het politieke establishment, versterkt deze zorgen en brengt het risico van verdere democratische achteruitgang met zich mee, wat een bedreiging vormt voor de stabiliteit van de Bulgaarse inspanningen op het gebied van Europese integratie.
Met het oog op 2026 hangt het politieke vooruitzicht af van de vraag of de regering-Zhelyazkov haar coalitie kan stabiliseren zodra het land toetreedt tot de eurozone en profiteert van EU-fondsen, of dat nieuwe verkiezingen de crisis opnieuw zullen doen oplaaien. Toetreding tot de eurozone kan het vertrouwen van investeerders versterken, maar zou de politieke verdeeldheid kunnen verergeren als de inflatie sterk stijgt. Aanhoudende corruptie, beperkingen op de mediavrijheid en inefficiëntie van het rechtssysteem vormen een bedreiging voor de EU-integratiedoelstellingen van Bulgarije, waaronder het volledige Schengenlidmaatschap. De splitsing binnen de DPS-partij en de afnemende invloed van traditionele partijen zoals de BSP voorspellen een onstabiel politiek landschap, waarin populistische en extreemrechtse groeperingen terrein winnen. Zonder een hechte coalitie die het wantrouwen van het publiek en externe druk, zoals de invloed van Rusland, kan aanpakken, loopt Bulgarije het risico op langdurige instabiliteit, wat de democratische en economische vooruitgang van het land zal ondermijnen.

Duitsland
Roemenië
Italië
Turkije
Griekenland
China