Aanzienlijke vertraging van de economische groei tegen de achtergrond van sterk stijgende inflatie
De Roemeense economie maakt momenteel een opvallende vertraging door, zoals blijkt uit de bbp-groei in het tweede kwartaal van slechts 0,3% op jaarbasis, wat grenst aan stagnatie. Deze vertraging wordt voornamelijk veroorzaakt door de gematigde particuliere consumptie, die de belangrijkste rem op de totale economische activiteit is geworden. Dit probleem wordt nog verergerd door externe factoren, waaronder de trage groei bij belangrijke handelspartners en een aanhoudend hoog begrotingstekort dat de invoer heeft opgedreven, waardoor de negatieve impact van de netto-uitvoer op het bbp nog groter is geworden. Voor de toekomst krijgt Roemenië te maken met extra tegenwind als gevolg van een lopend bezuinigingsprogramma dat gericht is op het stabiliseren van de overheidsfinanciën. De recente verhoging van het btw-tarief, waarbij het standaardtarief van 19% naar 21% is gestegen, en de beperking van het assortiment goederen dat in aanmerking komt voor het verlaagde tarief, komen nu al tot uiting in hogere prijzen, wat de koopkracht van huishoudens waarschijnlijk verder zal uithollen en de totale vraag zal onderdrukken. Dit zou de krimp van de particuliere consumptie kunnen versterken, waardoor op korte termijn een uitdagend klimaat voor herstel ontstaat.
Er zijn echter enkele potentiële steunpunten, met name in de vorm van investeringen die worden aangedreven door EU-middelen. Aangezien 2026 het laatste jaar is voor uitbetalingen in het kader van de huidige programma’s, zal Roemenië het komende jaar tot 17 miljard euro ontvangen, waarvan een groot deel bestemd is voor cruciale infrastructuurprojecten, zoals de decarbonisatie van de industrie, de inzet van hernieuwbare energiebronnen en de digitalisering van het openbaar bestuur en de openbare diensten. Deze instroom zou een opleving van de investeringsactiviteit kunnen stimuleren en zo een tegenwicht kunnen bieden aan de afnemende consumptie. Niettemin zal deze investeringsgolf, hoewel gunstig, de dalingen in de consumptie van huishoudens waarschijnlijk niet volledig compenseren, wat wijst op een zwak algemeen groeitraject.
Het inflatieverloop in Roemenië is opvallend verschoven van een fase van stabiele maar hoge percentages naar een sterke versnelling, waarbij de CPI in augustus 2025 op jaarbasis is gestegen tot 9,9%, voornamelijk als gevolg van het opheffen van de bevriezing van de energieprijzen en verhogingen van de standaard btw-tarieven. Voor de toekomst hangt het inflatieverloop af van de omvang van aanvullende begrotingsconsolidatiemaatregelen; tenzij er verdere btw-wijzigingen plaatsvinden, zouden de basiseffecten van deze belastingwijzigingen moeten verdwijnen, wat de weg vrijmaakt voor een terugkeer naar een inflatiecijfer van rond de 4% tegen augustus 2026. Anderzijds zal het bezuinigingspakket zelf ook een bron van desinflatoire druk vormen. De verwachte bevriezing van loonsverhogingen in de publieke sector en van pensioenen zal de stijging van de nominale lonen drukken. Een aanzienlijke vermindering van de overheidsuitgaven zou ook de totale vraag moeten drukken, waardoor de neerwaartse druk op de prijzen wordt versterkt. Tegen deze achtergrond heeft de Nationale Bank van Roemenië (NBR) besloten af te zien van monetaire versoepeling, in tegenstelling tot veel centrale banken in de regio. De politieke onrust begin 2025 heeft ook druk uitgeoefend op de Roemeense lei. Om de koppeling in stand te houden, moest de NBR afzien van renteverlagingen. Hoewel de politieke instabiliteit inmiddels is verdwenen, handhaaft de NBR nog steeds een restrictief monetair beleid om eventuele extra inflatoire druk te beteugelen.
Bezuinigingen om de dubbele tekorten te beteugelen
Het begrotingsbeleid van Roemenië in 2025 werd gekenmerkt door een verschuiving naar bezuinigingen, ingegeven door zowel macro-economische als institutionele druk. Nadat het land 2024 had afgesloten met het grootste begrotingstekort in de Europese Unie, startte de regering na de presidentsverkiezingen in mei een consolidatieprogramma. Naast zorgen over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën werd deze stap ingegeven door het risico om de ‘investment-grade’-kredietrating (momenteel BBB- volgens Fitch) te verliezen, wat de financieringskosten (die in vergelijking met andere landen in de regio al hoog zijn) aanzienlijk zou doen stijgen, en, in mindere mate, door de lopende procedure wegens buitensporige tekorten die door de Europese Commissie is ingeleid. Het aanpassingstraject verloopt geleidelijk: volgens de regering zal het tekort in 2025 naar verwachting met 0,61 procentpunt van het bbp dalen, voornamelijk door hogere btw- en accijnzen. Voor 2026 wordt een ingrijpender correctie verwacht, met een geplande vermindering van ongeveer 3 procentpunten van het bbp, ondersteund door een hogere dividendbelasting (van 10% naar 16%), hogere ziektekostenverzekeringspremies en een bevriezing van de lonen en pensioenen in de publieke sector. Hoewel het programma politiek impopulair is, zal het waarschijnlijk worden voortgezet, aangezien de regering over een ruime beslissingsmarge beschikt tot de volgende verkiezingscyclus eind 2028.
Het buitensporig accommoderende begrotingsbeleid van Roemenië heeft de macro-economische onevenwichtigheden versterkt en met name het tekort op de lopende rekening vergroot. De sterke stijging van de binnenlandse vraag, aangewakkerd door expansieve begrotingsmaatregelen, heeft zich vertaald in een hogere invoer van goederen en heeft bijgevolg de dynamiek van het dubbele tekort versterkt. Voor de toekomst wordt verwacht dat de geplande begrotingsconsolidatie deze druk zal beteugelen door de binnenlandse absorptie te matigen en de externe saldi te verbeteren. De exportprestaties van het land hebben echter te kampen met geopolitieke tegenwind: de aanhoudende wereldwijde handelsspanningen zullen de exportgroei van Roemenië via Duitsland – zijn belangrijkste handelspartner en de grootste exporteur van de EU naar de VS – waarschijnlijk indirect afremmen, ondanks de verwaarloosbare directe blootstelling van Roemenië aan de Amerikaanse markt (ongeveer 2 % van de totale export). Er is een positievere ontwikkeling opgetreden in de export van diensten, met name in het wegvervoer, dat zich heeft hersteld na de toetreding van Roemenië tot het Schengengebied begin 2025.
De politieke situatie in Roemenië na de verkiezingen
De periode tussen eind 2024 en de eerste helft van 2025 werd gekenmerkt door uitzonderlijke onrust in het politieke landschap van Roemenië. De onrust begon met de uitsluiting van de extreemrechtse kandidaat C?lin Georgescu van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in december 2024, een besluit dat leidde tot een herhaling van het gehele verkiezingsproces in mei 2025. De politieke onrust nam de dag na de eerste stemronde toe toen de zittende premier Marcel Ciolacu zijn aftreden aankondigde. Ciolacu noemde als reden de teleurstellende prestatie van de kandidaat van de regeringscoalitie, Crin Antonescu, die de alliantie vertegenwoordigde tussen de centrumlinkse Sociaal-Democratische Partij (PSD) en de centrumrechtse Nationaal-Liberale Partij (PNL) en die er niet in slaagde door te gaan naar de tweede ronde. De tweede ronde van de presidentsverkiezingen resulteerde in een beslissende overwinning voor Nicu?or Dan, de onafhankelijke en centrum-liberale burgemeester van Boekarest. Dan, die zich als gematigde outsider profileerde, wist succesvol in te spelen op de wijdverbreide ontevredenheid onder het publiek over het traditionele politieke establishment van Roemenië. Zijn campagne vond weerklank bij kiezers die op zoek waren naar pragmatisch bestuur en een breuk met de vastgeroeste partijpolitiek. Ondanks de zwakke prestatie van de coalitie bij de presidentsverkiezingen behield zij de controle over de regering na een parlementaire vertrouwensstemming over een nieuw kabinet onder leiding van Ilie Bolojan, de leider van de PNL. De regering werd gevormd door een brede coalitie bestaande uit vier partijen: de PNL, de PSD, de liberale Unie „Red Roemenië“ (USR) en de Democratische Alliantie van Hongaren in Roemenië (UDMR), die opkomt voor de Hongaarse minderheid. Het coalitieakkoord voorziet in een roulerend premierschap, waarbij het leiderschap in april 2027 naar een vertegenwoordiger van de PSD zal overgaan.
De belangrijkste oppositiekracht blijft de nationalistisch-conservatieve en eurosceptische Alliantie voor de Unie van Roemenen (AUR), onder leiding van George Simion, de voormalige oppositiekandidaat bij de presidentsverkiezingen. De groeiende invloed van de AUR onderstreept de gepolariseerde aard van het politieke klimaat in Roemenië en duidt op mogelijke uitdagingen voor de regeringscoalitie. Voor de toekomst staat de nieuwe regering voor grote beleidsuitdagingen, met name de invoering van impopulaire begrotingshervormingen die erop gericht zijn het recordhoge begrotingstekort van Roemenië terug te dringen en tegelijkertijd de gevolgen daarvan voor huishoudens met een laag inkomen tot een minimum te beperken. Deze bezuinigingsmaatregelen zullen naar verwachting een belangrijke bron van interne wrijving binnen de coalitie vormen; ze zullen de samenhang en het vermogen van de coalitie om haar bestuursbeloften na te komen onder toenemende economische en sociale druk op de proef stellen.

Duitsland
Italië
Frankrijk
Hongarije
Bulgarije
Polen
China