Luxemburg

Europa

BBP per hoofd van de bevolking ($)
$129810.3
Bevolking (in 2021)
0,7 miljoen

Onderzoek

Landenrisico
A1
Zakelijk klimaat
A1
Eerder
A1
Eerder
A1
This content has been automatically translated. It may not be as accurate as the original.

suggestions

Samenvatting

Sterke punten

  • Hoge levensstandaard
  • Zeer aantrekkelijke arbeidsmarkt, ook voor mensen uit buurlanden
  • Bedrijfsvriendelijke regelgeving
  • Belangrijk internationaal financieel centrum, maar ook enige specialisatie in de metaalsector en in nichesectoren
  • Fiscale stabiliteit, lage overheidsschuld en sterke externe positie
  • Politieke stabiliteit

Zwakke punten

  • Sterk afhankelijk van de financiële sector
  • De economie is kwetsbaar voor zowel de economische omstandigheden in de eurozone als de mondiale financiële omstandigheden
  • Hoge kosten van levensonderhoud, met name voor huisvesting
  • De vergrijzing en de automatische indexering van lonen en pensioenen kunnen op lange termijn gevolgen hebben voor de overheidsbegroting

Handelsbeurzen

Exportvan goederen als % van het totaal

Duitsland
25%
Frankrijk
15%
België
13%
Nederland
6%
Italië
5%

importvan goederen als % van het totaal

België 33 %
33%
Duitsland 28 %
28%
Frankrijk 12 %
12%
Nederland 6 %
6%
Verenigde Staten 4 %
4%

Vooruitzicht

Dit gedeelte is een waardevol hulpmiddel voor financieel medewerkers en credit managers van bedrijven. Het biedt informatie over de betalings- en incassopraktijken die in het land worden gebruikt.

Gematigde economische vooruitzichten

De Luxemburgse economie zette haar gematigde herstel in 2025 voort, na een aantal matige jaren, voornamelijk ondersteund door een opleving van de activiteit in de financiële sector en een hernieuwde stijging van de export van financiële diensten. De financiële sector blijft de ruggengraat van de Luxemburgse economie en is nog steeds goed voor ongeveer 30% van het bbp; de ontwikkelingen in deze sector zijn dan ook van cruciaal belang voor de algemene economische vooruitzichten. Vooruitkijkend wordt verwacht dat de groei van de financiële activiteiten in 2026 en 2027 enigszins zal afzwakken. De toegenomen mondiale onzekerheid en het vooruitzicht op een langdurig hogere rente zullen waarschijnlijk wegen op het marktsentiment en de waarderingen van activa. Met name de volatiliteit op de Europese aandelenmarkten – die belangrijk zijn voor het Luxemburgse fondsbeheer en aanverwante financiële activiteiten – zal naar verwachting toenemen, vooral in 2026, wat de groei in de financiële dienstverlening zou kunnen temperen en gevolgen zou kunnen hebben voor de economie in bredere zin.

In 2026 en 2027 zal de groei in Luxemburg naar verwachting meer steunen op de overheidsvraag, waarbij de overheidsuitgaven de afnemende dynamiek elders in de economie zullen compenseren. Aanhoudende overheidsuitgaven zouden een belangrijke stabiliserende factor moeten vormen nu de activiteit in de particuliere sector vertraagt tegen de achtergrond van een onzekerder mondiale omgeving. De consumptie van huishoudens zal naar verwachting worden ondersteund door de automatische indexering van lonen, pensioenen en uitkeringen, wat bijdraagt aan het behoud van de koopkracht. De toegenomen onzekerheid en hogere energieprijzen zullen echter waarschijnlijk het vertrouwen ondermijnen, waardoor de consumptiegroei beperkt blijft. De inflatie zal naar verwachting in de loop van 2026 weer stijgen, aangedreven door hogere energieprijzen als gevolg van de oorlog en door tweede-ronde-effecten op diensten en lonen. De prijsdruk zal naar verwachting in 2027 geleidelijk afnemen naarmate de energiegerelateerde effecten vervagen, hoewel de desinflatie waarschijnlijk geleidelijk zal verlopen. De investeringsgroei zal naar verwachting tijdens de prognoseperiode verzwakken, aangezien de toegenomen geopolitieke onzekerheid en de aanhoudend hogere rentetarieven het sentiment en de financieringsvoorwaarden drukken.

De externe omstandigheden zullen naar verwachting gedurende de prognoseperiode uitdagend blijven. De wereldhandel zal waarschijnlijk worden gedrukt door de oorlog, die de internationale vraag blijft temperen en de handelsstromen verstoort. Hoewel de onzekerheid rond de handelsbetrekkingen tussen de VS en de EU enigszins is afgenomen in vergelijking met 2025, wordt voor 2026 en 2027 nog steeds een resterend negatief effect van invoerheffingen en handelsfricties verwacht. De exportstructuur van Luxemburg – die wordt gedomineerd door diensten – biedt enige bescherming, waarbij financiële diensten goed zijn voor ongeveer 45 % van de totale export en andere diensten voor nog eens 43 %. De zwakkere vraag van belangrijke Europese partners zal de exportgroei echter waarschijnlijk beperken, waardoor de externe vraag slechts een bescheiden bijdrage levert aan de totale economische activiteit.

Over het algemeen stabiele externe en begrotingsposities

De externe en begrotingsposities van Luxemburg zullen naar verwachting in 2026 en 2027 over het algemeen stabiel blijven. Het overschot op de lopende rekening zal naar verwachting in beide jaren dicht bij 5% van het bbp blijven, ondersteund door een aanhoudend sterke dienstenbalans. Financiële diensten blijven de exportstructuur domineren en vormen nog steeds de belangrijkste bron van het externe overschot, wat de rol van Luxemburg als mondiaal financieel centrum weerspiegelt. Hoewel de goederenhandel een tekort vertoont, wordt dit ruimschoots gecompenseerd door aanzienlijke overschotten in financiële en andere bedrijfsgerelateerde diensten. Gezien de marktgedreven financiële stromen kan enige volatiliteit in de externe saldi niet worden uitgesloten, maar de algemene positie van de lopende rekening zal naar verwachting gedurende de prognoseperiode structureel positief blijven.

Wat de begroting betreft, zal het overheidstekort zich naar verwachting zowel in 2026 als in 2027 stabiliseren op ongeveer 1% van het bbp. De overheidsuitgaven zullen naar verwachting stijgen, als gevolg van aanhoudende verplichtingen op het gebied van energiegerelateerde steunmaatregelen, defensie, loon- en pensioenindexering en bredere sociale en infrastructuuruitgaven. Tegelijkertijd zou de inkomstenstijging moeten profiteren van een zekere groei van de consumptie en hogere sociale premies, wat ertoe bijdraagt dat een verdere aanzienlijke toename van het tekort wordt voorkomen. De overheidsschuld zal naar verwachting dan ook licht stijgen ten opzichte van het huidige lage niveau, maar ruim onder het gemiddelde van de eurozone blijven. Zelfs bij dit scenario zal Luxemburg naar verwachting een sterke begrotingspositie behouden, met ruime beleidsruimte ten opzichte van de meeste Europese vergelijkbare landen.

Stabiel bestuur in Luxemburg

Premier Luc Frieden blijft aan het hoofd staan van een centrumrechtse coalitie tussen de Christelijk-Sociale Volkspartij (CSV) en de liberale Democratische Partij (DP), die sinds de verkiezingen van 2023 aan de macht is. De coalitie is tot nu toe hecht gebleken, hoewel een herschikking van het kabinet in december 2025 – veroorzaakt door het aftreden van de minister van Arbeid en Sport na interne meningsverschillen – enkele onderliggende spanningen aan het licht bracht. Desondanks blijft de politieke stabiliteit groot en zal de regering naar verwachting aanblijven tot de volgende verkiezingen in 2028. Hoewel de CSV nog steeds de grootste partij is, wijzen recente peilingen op afnemende steun, terwijl de DP en de LSAP terrein winnen. Hoewel deze trends geen onmiddellijke bedreiging vormen voor de coalitie, kunnen ze wel duiden op een meer gefragmenteerd politiek landschap bij de volgende verkiezingen.

De begroting voor 2026, die in oktober 2025 werd gepresenteerd en in december werd aangenomen, handhaaft de steun voor de kosten van levensonderhoud en introduceert aanvullende sociale maatregelen, waaronder energiegerelateerde steun, terwijl hogere defensie-uitgaven en stijgende loonkosten in de publieke sector het begrotingstekort hoog houden, maar binnen de EU-limieten. Tegelijkertijd heeft de regering blijk gegeven van een solide uitvoeringscapaciteit, waarbij de begroting door de regeringsmeerderheid is goedgekeurd. Belangrijke maatregelen zijn onder meer een verhoging van de pensioenpremiepercentages van 24% naar 25,5% en gerichte fiscale stimuleringsmaatregelen ter ondersteuning van particuliere investeringen, met name in jongere bedrijven. De begroting legt sterk de nadruk op groei en sociale cohesie, met „recordinvesteringen“ in diverse sectoren, met name de woningbouw, die een groot deel van de belastinguitgaven voor zijn rekening neemt. Oppositiepartijen hebben echter kritiek geuit op het plan vanwege een gebrek aan duidelijkheid over de financiering en het uitstellen van begrotingsuitdagingen op de langere termijn. Over het geheel genomen blijft het begrotingsbeleid prioriteit geven aan inkomensbescherming en vertrouwen in een complexe macro-economische context, naast toenemende defensieverplichtingen.

Laatst bijgewerkt: november 2024